AFSTELLEN GITAAR IN 8 STAPPEN
Brug
Topkam
Stelschroef Hals
Toets       Hals      Nulfret
1. Stalen snaren opzetten.
Bij het aanbrengen van je snaren is het belangrijk dat er niet teveel windingen rond de stemmechaniek zitten. Teveel windingen beïnvloed de toon in negatieve zin en zorgen ervoor dat de gitaar sneller ontstemt. Steek de snaar door de pen van het stemmechaniek tot deze strak staat. Trek de snaar vervolgens 5 cm terug. Breng nu een knik aan in de snaar zodat deze niet kan terugschieten. Houd de snaar strak en wind de snaar op. Zorg ervoor dat de eerste twee windingen onder het stuk uitstekende snaar lopen en dat de volgende windingen boven het uitstekende stuk snaar lopen. Je zal nu zien dat er ongeveer 4 windingen rond de pen zitten als de snaar op stemming is. Knip de uistekende snaren met een zijkniptang af om ongelukken te voorkomen. Breng de snaren eerst één voor één grof op stemming en ga dan pas fijn stemmen.
2. Het bijstellen van de action.
De action is de hoogte van de snaren t.o.v. de frets. Hoe verder de snaren van de frets staan hoe zwaarder het instrument speelt maar hoe minder kans er is op ratelen van de snaren. Hoe dichterbij de snaren op de frets staan hoe lichter de gitaar speelt met meer kans op ratelen. De action kan bijgesteld worden door het verstellen van de hoogte van de brug. Bij een elektrische gitaar is deze meestal met een inbussleutel of schroevendraaier in hoogte te verstellen. Bij een akoestische gitaar zal de brug meestal afgevijld of mechanisch verhoogd moeten worden. De action wordt gemeten bij de fret op de overgang van de hals naar de klankkast. De afstanden zijn t.o.v. de bovenzijde van de fret en de onderzijde van de snaar. Voor de aangegeven types gitaren gelden de volgende richtlijnen m.b.t. de hoogte van de action. Bepaal echter altijd zelf welke action het beste bij je past.
Een te hoge kam van een akoestische gitaar zal met schuurpapier of een vijl lager gemaakt moeten worden. Span een vijl of schuurpapier korrel 600 vlak in op een exact rechte plank en beweeg de kam over de vijl of het schuurpapier. Zorg dat de onderzijde van de brug exact vlak blijft en onder dezelfde hoek. (Sommige kammen staan schuin onder een kleine hoek). Indien de kam niet vlak is of onder een verkeerde hoek dan zal dit de klank en intonatie niet ten goede komen. Zorg ervoor dat de kam niet te laag wordt. Er zal dan een nieuwe kam gemaakt moeten worden of de kam zal met een dun houten of kunststof stripje omhoog moeten worden gebracht. Ook dit komt de klank meestal niet ten goede. Werk altijd in kleine stapjes en test het tussentijdse resultaat regelmatig uit.
3. Het bijstellen van de topkam.
Indien de gitaar voorzien is van een nulfret dan zal het bijstellen meestal niet nodig zijn. Om te bepalen of het afstellen van de topkam nodig is, kan je een kapo op de 1e positie plaatsen. Bespeel de gitaar nabij de kapo. Speelt de gitaar veel lichter met kapo dan zonder kapo dan is een afstelling van de topkam nodig. Zet de kapo op de derde positie en bekijk de afstand van de snaren t.o.v. de eerste fret. Deze afstand moet minimaal zijn maar net iets meer dan 0mm (enkele tienden mm). Dit geeft een indicatie hoeveel de sleufjes in de brug uitgevijld moeten worden of hoeveel de gehele topkam in zijn geheel verlaagd moet worden. Als alle snaren te hoog liggen is het beter om de gehele topkam te verlagen door de onderzijde van de topkam netjes af te vijlen tot de gewenste hoogte en de sleuven per snaar niet uit te vijlen. Met een heel dun vijltje kunt u de sleuven eventueel iets uitdiepen als de hoogte t.o.v. de fret per snaar verschillend is. Om dit te doen is een speciale set vijltjes nodig die ook gebruikt kunnen worden voor de dunne E snaar sleuven. Let wel op. Doe dit in kleine stapjes want als een van de sleufjes te diep wordt gaat de snaar ratelen en moet een nieuwe topkam gemaakt worden, of de topkam moet met een dun houtje weer omhoog gebracht worden. Zorg er ten alle tijden voor de snaar goed in de sleuf ligt en altijd contact heeft met de sleuf aan de zijde van de toets. Zou dit niet het geval zijn dan ontstaan er problemen met de intonatie. Als de snaar niet exact in de sleuf past dan zal de klank ook minder krachtig zijn.  Dit is een zeer nauwkeurig klusje wat in kleine stapjes gedaan moet worden, waarbij het tussenresultaat steeds getest moet worden.  Bij twijfel absoluut niet doen.
4. Het bijstellen van de hals.
Zodra de snaren op spanning zijn moet de hals een lichte holling hebben. Als dit niet het geval is dan kunnen de snaren gaan ratelen of gaat de gitaar weer te zwaar spelen. Het afstellen van de hals heeft alleen nut als deze niet totaal vervormt is. Dan zijn rigoureuze maatregelen noodzakelijk. Zet een kapo op de eerste positie en druk de lage E snaar ter hoogte van de overgang kast / hals in. Ter hoogte van fret 7 moet bij een elektrische gitaar een opening tussen fret en snaar zijn van ca. 0,4mm bij een akoestische gitaar van ca. 0,8mm. Is de opening te klein dan moet de hals losser gesteld worden is de opening te groot dan moet de hals strakker gesteld worden. Met de stelschroef van de halspen kan dit gedaan worden. Let wel op, met de halspen zijn slechts kleine verstellingen mogelijk.
Voor het verkleinen van de opening moet de halspen strakker gedraaid worden (met de klok mee). Verstel de halspen alleen zonder spanning van de snaren en breng de snaren vervolgens weer op spanning om het resultaat te testen.
Voor het vergroten van de opening moet de halspen losser gedraaid worden (tegen de klok in). Verstel de halspen alleen zonder spanning van de snaren en breng de snaren vervolgens weer op spanning om het resultaat te testen.
Als blijkt dat je de halspen teveel moet verstellen kan je beter stoppen en de gitaar na laten kijken. De halspen is alleen bedoeld voor kleine correcties. Let op dat je de halspen niet beschadigd omdat dit zeer kostbare schade aan je gitaar kan toebrengen.
5. Het intoneren van de gitaar.
De intonatie van de gitaar is pas goed als noten op alle frets de juiste toonhoogte hebben. Als een open G akkoord op de 10e fret niet goed klinkt dan zal de gitaar geïntoneerd moeten worden. Zorg ervoor dat punten 1 t/m 4 van de afstel procedure in orde zijn en dat de snaren op het instrument schoon zijn. Akoestische gitaren hebben meestal een vaste kam waardoor de intonatie niet ingesteld kan worden. Meestal hebben elektrische gitaren een kam die per snaar met een schroevendraaier of inbussleutel ingesteld kan worden waardoor een intonatie per snaar mogelijk is.
Stem de gitaar bijvoorkeur met een tuner. Speel vervolgens een noot op de 12e positie en vergelijk deze qua stemming met de flageolet toon boven de 12 fret. Als de gewone noot hoger klinkt dan de flageolettoon dan moet het zadel van de betreffende snaar iets naar achter gebracht worden (verder van de hals af). Als de gewone noot lager klinkt dan de flageolettoon dan moet het zadel van de betreffende snaar iets naar voren gebracht worden (dichter naar de hals toe). Herhaal dit voor iedere snaar en controleer na iedere verstelling van de kam de stemming van de snaar. Meestal zullen deze handelingen een aantal keer moeten worden gedaan om een goed eindresultaat te bereiken.
6. Het afstellen van de elementen.
Bij een elektrische gitaar kunnen de hoogte van de elementen ingesteld worden. Stel naar wens de hoogte van de elementen in. Indien de hoge of juist lage tonen niet in verhouding staan kan een element enigszins schuin geplaatst worden. Hoe dichter het element bij de snaren staat , hoe harder het geluid. Soms kan ook per snaar de gevoeligheid ingesteld worden met een schroefje zodat je een snaar die te zwak of te hard klinkt kan corrigeren.
7. Mechanische controle.
Controleer de gitaar op mechanische gebreken. Zorg er bijvoorbeeld voor dat schroefjes van de stemmechanieken, elementen, plectrumplaat enzovoorts netjes vastgedraaid zitten.
8. Schoonmaken.
Maak de gitaar met milde gitaarreinigingsmiddelen weer netjes schoon en ontvet de hals zodat de gitaar weer fijn speelt en er netjes uitziet. Met koperpoets kunnen de chromen onderdelen en frets weer prachtig glimmend gepoetst worden.
Home pagina